Besturingssysteem
Een besturingssysteem (in het Engels operating system of afgekort OS) is het programma (meestal een geheel van samenwerkende programma's) dat bij het opstarten van de computer als eerste in het geheugen geladen wordt, en de functionaliteiten aanbiedt om andere programma's uit te voeren.
Het besturingssysteem wordt meestal van de harde schijf gelezen, doch soms ook wel vanuit ROM-geheugen of vanaf een verwisselbaar medium zoals een diskette, cd-rom, of (voor ingebedde systemen) een flashgeheugen. Een schijfloos systeem, d.w.z. een systeem zonder harde schijven, kan opstarten vanaf een netwerk. Het BootP-protocol en het nieuwere DHCP-protocol voorzien hierin.
Het besturingssysteem zorgt voor het opstarten en beëindigen van andere programma's, het regelt de toegang tot de harde schijf, het scherm, de invoer van gegevens, enzovoort. De andere programma's die gestart kunnen worden heten applicaties. Zo'n applicatie maakt gebruikt van het besturingssysteem door middel van een Application Programming Interface (API). Deze API abstraheert de toegang tot de verschillende randapparatuur, zoals harde schijf, printer en beeldscherm.
Gebruikers maken van het besturingssysteem gebruik door middel van een opdrachtregel, zoals bijvoorbeeld MS-DOS of de UNIX-terminal, of een grafische gebruikersinterface zoals Microsoft Windows of het X Window-systeem.
Inhoud |
Taken
Hoofdtaken
- Opstarten van de computer. Er wordt gezorgd dat alle bestanden die nodig zijn, worden geladen.
- De gebruiker in staat stellen om een opdracht te geven. Er moet dus een gebruikersinterface aangeboden worden.
- Programma's uitvoeren. Het programma dat uitgevoerd moet worden, wordt naar het interne geheugen geschreven. De processor voert de opdracht uit.
- Communicatie met randapparatuur:
- Invoer: invoer van randapparaten zoals het toetsenbord en de muis moet correct verwerkt worden.
- Uitvoer: randapparaten voor uitvoer zoals de monitor en de printer moeten de juiste instructies krijgen.
- Geheugenbeheer:
- Intern geheugen: indeling en gebruik ervan door een of meerdere applicaties.
- Extern geheugen: Organisatie voor opslag van gegevens en regeling voor het ophalen en wegschrijven van bestanden.
Bijkomende taken in complexere systemen
- Multitasking: bepalen welk programma op welk moment moet draaien (als het besturingssysteem het toelaat dat meerdere programma's tegelijkertijd draaien).
- Gebruikersbeheer bij servers en multi-useromgevingen.
- Draaien van services bij servers.
- Energiebeheer bij laptops en computers die op batterijen draaien.
Opstarten
Het is gebruikelijk om het besturingsysteem na het starten van de computer te laden vanaf een harde schijf. Deze werkwijze geeft de mogelijkheid het besturingsysteem door een nieuwere versie te vervangen, of zelfs een geheel ander besturingsysteem te kiezen. Vroeger was het systeem laden vanaf een harde schijf niet vanzelfsprekend.
Ook kan het besturingsysteem, net als de firmware, in chips gebrand worden. Dit werkt zelfs sneller dan het vanaf harde schijf starten, en maakt de hardware compacter. Dit wordt toegepast bij veel mobiele apparaten, zoals PDA's.
Ook nu nog worden computersystemen gebruikt met een besturingsysteem "ingebakken", vaak inclusief een toepassingsprogramma. Het gaat dan meestal om een apparaat met slechts één doel, bijv. een wasmachine, een melkmachine, besturing van slagbomen, een weegbrug, enz...
Zie ook
Categorieën
Besturingssysteem | Computerterm
