Cyprus
| Κυπριακή Δημοκρατία Kıbrıs Cumhuriyeti | |||
| |||
| |||
| Basisgegevens | |||
| Officiële landstaal: | Grieks, Turks | ||
| Hoofdstad: | Nicosia | ||
| Regeringsvorm: | Republiek | ||
| Religie: | christendom, islam | ||
| Oppervlakte: | 9251 km² (-%water) | ||
| Inwoners: | 763.000 (83 / km²) | ||
| Overige | |||
| Volkslied: | Imnos pros tin Eleftherian | ||
| Munteenheid: | Cyprisch pond (CYP) | ||
| UTC: | +2 | ||
| Nationale feestdag: | 16 augustus, 1 oktober Onafhankelijkheidsdag | ||
| Web | Code | Tel. | .cy | CYP | 357 | ||
| Kaart van Cyprus (CIA) Satellietfoto Cyprus | |||
De Republiek Cyprus is gelegen op het gelijknamige eiland Cyprus in het oosten van de Middellandse Zee, ca. 70 km ten zuiden van Turkije en 100 km ten westen van Syrië. Sinds 1974 bestaat op het noordelijk deel van het eiland de Turkse Republiek van Noord-Cyprus, die alleen door Turkije wordt erkend. In feite erkenden ook Bangladesh en Pakistan al heel snel de Turkse Republiek van Noord-Cyprus, maar onder druk van vooral de Verenigde Staten moesten ze hun erkenning weer intrekken.Cyprus is bekend als geboorteplaats van de uit de Griekse mythologie bekende godin Aphrodite.
Inhoud |
Geschiedenis
Geologie
Het woord "koper" is hetzij afgeleid van de naam Cyprus, hetzij Cyprus is genoemd naar koper. Het element koper komt veel voor op Cyprus en wordt van oudsher gedolven.
Politiek
Deling van het eiland
In de tijd van de dekolonisatie werden in de Britse kroonkolonie Cyprus besprekingen gevoerd over meer autonomie. De Griekse gemeenschap eiste echter onafhankelijkheid. Een meerderheid wenste zelfs aansluiting van Cyprus bij Griekenland (enosis).
Voor de Turks-Cyprioten was dit onbespreekbaar omdat ze niet als Turkse minderheid in de Griekse staat wilden wonen. Zij streefden, vooral op aansturen van Turkije, waarvoor Cyprus ook van strategisch belang is, naar de scheiding van het eiland in een Turks-Cypriotisch en een Grieks-Cypriotisch deel. Omdat de Britten weinig wilden weten van een onafhankelijk Cyprus, ging de nationalistische, Grieks-Cypriotische organisatie EOKA in 1955 over tot een geweldscampagne tegen de koloniale overheerser, Turks-Cyprioten en Griekse tegenstanders van enosis. In de praktijk werden veelal Turks-Cyprioten het slachtoffer. Het gevolg was dat veel Turks-Cypriotische dorpen werden geplunderd, waarbij velen werden gedood, wat door de Turken wordt aangeduid als "etnische zuiveringen". Turks-Cypriotische nationalisten richtten in hetzelfde jaar een eigen gewapende militie op die aanvankelijk Volkan en later TMT werd genoemd.
Na een pijnlijke periode van vier jaar guerrilla besloten Turkije, Groot-Brittannië en Griekenland tijdens onderhandelingen in Londen en Zürich het eiland onafhankelijkheid te verlenen. Een onafhankelijkheid onder curatele, want Ankara, Athene en Londen behielden zich als garanderende mogendheden het recht voor op om Cyprus in te grijpen als de grondwettelijke orde zou worden verstoord. De grondwet bevatte zoveel mogelijkheden voor beide gemeenschappen om het bestuur te frustreren dat al in 1963 het staatsapparaat tot stilstand kwam. De voorstellen van president Makarios om de grondwet te wijzigen en de vergaande bescherming van de Turks-Cypriotische gemeenschap (18% van de bevolking) in te perken, leidden in december 1963 tot gevechten tussen Turks en Grieks-Cypriotische nationalisten, die beiden nog enosis (volledige aansluiting bij Griekenland) en taksim (schermutselingen tegen Grieken in Turkije door de Cyprus-crises) in hun vaandel droegen.
In de loop van de jaren zestig wist aartsbisschop Makarios een meerderheid van de Grieks-Cyprioten achter zijn politiek van enosis te krijgen. De rol van Griekenland bij het onderhandelingsproces over de onafhankelijkheid, maar vooral het optreden vanaf 1967 van een militaire junta in Athene, luidde de ondergang in van het eens zo populaire begrip enosis. Het begrip taksim bleef populair bij de Turks-Cypriotische nationalisten, die daarbij steun ontvingen van de Turkse regering.Na de onafhankelijkheid namen de spanningen tussen Grieken en Turken toe en deze kregen tussen 1963 en 1967 het karakter van een burgeroorlog, waarin Grieks en Turks-Cypriotische nationalisten tegenover elkaar stonden. Dit was aanleiding voor de VN tot het sturen van een vredesmacht, die nog steeds op het eiland opereert. Onder soms gewelddadige druk van Grieks-Cypriotische nationalisten trok een groot deel van de Turks-Cyprioten zich terug in enclaves, die door de regering tot het enigszins afnemen van de spanningen na 1967 economisch en politiek werden geboycot. Na een crisis in 1967, waarbij hevige onderlinge gevechten leken uit te lopen op een invasie door Turkije, als gevolg van garanderende mogendheid, begonnen beide gemeenschappen onderhandelingen onder leiding van Rauf Denktash en Glafkos Klerides, die tijdelijk een zekere ontspanning teweeg brachten.
Die toenadering werd ruw onderbroken toen het Griekse kolonelsbewind in 1974 een staatsgreep tegen president Makarios organiseerde, met als doel aansluiting van Cyprus bij Griekenland. Deze staatsgreep leidde tot hevige gevechten tussen voor- en tegenstanders van aartsbisschop Makarios. De poging tot staatsgreep en doorgaande geweldscampagnes van EOKA tegen de Turks-Cyprioten was aanleiding voor Turkije om eenzijdig in te grijpen, nadat de Britten hadden geweigerd in te stemmen met een gezamenlijke actie. Turkije ging in juli 1974 over tot een invasie waarbij een deel van het noorden van het eiland werd bezet. De Turkse invasie betekende het mislukken van de staatsgreep en het einde van wederzijdse geweldscampagnes. Bij verdere onderhandelingen over de kwestie tussen Griekenland, Turkije en Groot-Brittannië werd geen overeenstemming bereikt.
In plaats van zich terug te trekken begon Turkije in augustus echter een nieuw offensief, waarbij het gehele noorden van het eiland werd bezet. Het Turkse optreden had een enorme vluchtelingenstroom tot gevolg. Honderdduizenden Grieks-Cyprioten werden met geweld van huis en haard verdreven. Na het sluiten van een wapenstilstand, begonnen dit keer onder toezicht van de VN, een uitwisseling van Grieks-Cyprioten naar het zuiden en Turks-Cyprioten naar het noorden. Het gevolg was een sociale, economische en politieke scheiding van het eiland, die tot op heden bestaat: in het zuiden het onbezette gebied van Republiek Cyprus en in het noorden de in 1983 zelfverklaarde Turkse Republiek van Noord-Cyprus. Deze laatste wordt alleen door Turkije erkend.
Hiertussenin ligt ook nog de tot niemandsland verklaarde spookstad Varoshia, de toeristische buitenwijk van Famagusta, die door de VN-vredesmacht van de buitenwereld is afgesloten.
Regering van (verschillende onderdelen van) Cyprus
Sinds de scheiding in 1974 is Rauf Denktash leider van het noorden van het land. Sinds 20 april 2005 is Mehmet Ali Talat de nieuwe gekozen president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. In maart 2003 is Tassos Papadopoulos president geworden van het zuiden van het land.
Bezetting van Noord-Cyprus of een "vredesoperatie"?
De bezetting van het noordelijke deel van Cyprus door Turkije is omstreden. Sommigen beweren dat het niet om een "bezetting" gaat omdat Turkije zich zou baseren op het Akkoord van Londen van 1959 waarin ook eenzijdig ingrijpen mogelijk zou zijn. Daarnaast zou de Turks-Cypriotische bevolking de aanwezigheid van de Turkse troepen tolereren en ondersteunen uit veiligheid. Voor de Verenigde Naties is Noord-Cyprus echter bezet gebied, en is de zogenaamde "Turkse Republiek van Noord-Cyprus" slechts een marionetten-regime van Turkije. De TRNC wordt door geen enkel ander land erkend, behalve door Turkije zelf. Pogingen van bepaalde landen om het te erkennen worden onder internationale druk ook achterwege gelaten. Door de militaire operatie van 1974 is de rust op het eiland in ieder geval verzekerd. Het opende de mogelijkheid tot 'vreedzame' en geweldloze onderhandelingen tussen de bevolkingsgroepen. Voorheen was dit door burgeroorlogen en moeizame politieke ontwikkelingen nauwelijks meer mogelijk.
Politieke partijen
Enkele Cypriotisch partijen:
Naar een hereniging?
De geschiedenis van Cyprus na de stichting van het Republiek Cyprus in 1960 kenmerkt zich vooral door moeilijkheden van een hereniging van beide bevolkingsgroepen. De "enosis"-campagnes in 1952-59, de burgeroorlog vanaf 1963, de Cyprus-crises in 1967 door eenzijdige pogingen de grondwet te veranderen, de militaire ingreep van 1974 op grond van garantieovereenkomsten, de eenzijdige 'oprichting' van TRNC en de afwijzing van plannen voor hereniging, duiden niet op een beweging richting een hereniging van het verdeelde eiland. De realiteit van Cyprus is dat er etnisch, taalkundig, godsdienstig en cultureel gezien twee verschillende gemeenschappen/volken zijn. Als alternatief voor hereniging zou de internationale gemeenschap kunnen overwegen een federale oplossing te vinden voor het conflict.Een hereniging kan vatbaar zijn voor herhaling van de geschiedenis, een federale oplossing is wellicht een alternatief.
Onderhandelingen in april 2004
In 2004 vonden onderhandelingen plaats over voorstellen van VN-chef Kofi Annan met als doel de hereniging van Cyprus. Directe aanleiding was de aankomende toetreding van Cyprus tot de Europese Unie op 1 mei dat jaar. Het vredesvoorstel van Kofi Annan werd echter afgewezen door de Grieks-Cyprioten.Er werden referenda gehouden, zowel in het noorden, als in het zuiden, en de meerderheid van de bevolking in het noorden (64,91%), deels kolonisten uit Turkije, stemde voor hereniging, waarschijnlijk om aan het economische isolement te ontsnappen. De meerderheid van de bevolking in het zuiden (75,83%) stemde tegen de hereniging. Uit opiniepeilingen bleek evenwel dat een meerderheid van de Grieks-Cyprioten voor hereniging was, maar niet op basis van het in zijn uiteindelijke, vijfde, versie sterk gewijzigde plan-Annan. Er zijn diverse redenen, waarom de Grieks-Cyprioten zich tegen dit plan keerden:
- het langdurig stationeren van grote contingenten Turkse en Griekse militairen op het eiland, waar eerder sprake was van demilitarisering;
- de compensatieregeling voor Cyprioten, die hun bezittingen waren kwijtgeraakt, kwam volledig ten laste van de Cypriotische schatkist en niet van de Turkse;
- de handhaving van het Akkoord van Londen (1959), waardoor Ankara in de toekomst opnieuw een voorwendsel zou kunnen hebben om in te grijpen en
- de regeling waaronder een groot deel van de illegale Turkse immigranten mocht blijven.
Argumenten voor de Turkse bezetting van het noorden
Als reden voor de Turkse bezetting van het noorden van Cyprus zou kunnen gelden:
- Het streven van de Grieks-Cypriotische nationalisten naar enosis, dat leidde tot hevig onderling geweld.
- De voortzetting van de onderhandelingen kan zonder geweld plaatsvinden.
- De garantie overeenkomsten (Akkoord van Londen) waarmee eenzijdige optreden in crisis situaties mogelijk blijven.
Geografie
Kerncijfers
- oppervlakte: 9251 km²
- inwoners: 763.000 (zonder ca. 260.000 in het Turkse deel)
- bevolkingsdichtheid: 82,5/km2
Steden
De hoofdstad is Nicosia (Lefkosía [Gr.] / Lefkoşa [Tr.]).
Andere belangrijke steden op het eiland zijn:
Zie ook
Bezienswaardigheden
- Troödosgebergte met berg Olympus (1952 m.)
- Kýkko-klooster
- Pano Lefkara, dorp met kantwerk
Zie ook:
Demografie
Taal
Talen op Cyprus zijn:
Bevolking
- bevolkingsgroepen: Grieks-Cyprioten (~70%), Turks-Cyprioten (~10%), kolonisten uit Turkije en Turkse militaire bezettingsmacht (~16%), kleine groepen Armeniërs en Maronieten
- religies: christendom (Grieks-orthodox, Armeense Kerk, maronitische Kerk), islam.
Economie
De economie steunt vooral op de export van agrarische producten (m.n. citrusvruchten, aardappelen, druiven, tabak) en op de inkomsten uit het toerisme. De visserij is nauwelijks van belang: de wateren rond het eiland zijn arm aan vis. Er is enige mijnbouw: koper- en ijzererts, marmer en gips.(Ons woord koper komt van κυπρoς, de Griekse naam van Cyprus, hoewel niet duidelijk is of het eiland naar koper is vernoemd of koper naar het eiland).
Externe links
- Officiële website (Grieks en Engels)
- Officiële website van de Turkse Republiek van Noord-Cyprus (Engels)
- Informatie van de Europese Unie
- Informatie van het Nederlands ministerie van Buitenlandse Zaken
(Engels)
| | |
|---|---|
<div style="margin-top: 5px;"/>Toetredende landen (2007): <div style="margin-top: 5px;"/>Landen van de wereld | Europa | OVSE | Raad van Europa</div> | |
| Gemenebest van Naties (voorheen: Britse Gemenebest) | |
|---|---|
Antigua en Barbuda -Australië -Bahama's -Bangladesh -Barbados -Belize -Botswana -Brunei -Canada -Cyprus - Dominica -Fiji -Gambia -Ghana -Grenada -Guyana -India -Jamaica -Kameroen -Kenia -Kiribati -Lesotho -Malawi -Maldiven -Maleisië -Malta -Mauritius -Mozambique -Namibië -Nauru -Nieuw-Zeeland -Nigeria -Oeganda -Pakistan -Papoea-Nieuw-Guinea -Saint Kitts en Nevis -Saint Lucia -Saint Vincent en de Grenadines -Salomonseilanden -Samoa -Seychellen -Sierra Leone -Singapore -Sri Lanka -Swaziland -Tanzania -Tonga -Trinidad en Tobago -Tuvalu -Vanuatu -Verenigd Koninkrijk -Zambia -Zuid-Afrika |
Categorieën
Cyprus | Land | Brits Gemenebest | EU-lid

