Geschiedenis van de Westerse Klassieke muziek
(Doorverwezen vanaf Geschiedenis van de klassieke muziek)
De geschiedenis van de klassieke muziek wordt onderverdeeld in de volgende perioden:
Inhoud |
Oudheid
De huidige in de westerse muziek gebruikte toonladder, bestaande uit 12 tonen, heeft zich globaal historisch ontwikkeld vanuit 3 tonen rond 1 toon, naar 5 tonen (de pentatoniek); Vervolgens naar 7 tonen (de diatoniek) en tenslotte naar 12 tonen (chromatiek). De geschiedenis van de "westerse" muziek begint met een uit het (midden)-oosten en rondom het oude Griekenland overgenomen diatoniek.
Van de Oudgriekse muziek zijn geen partituren bewaard gebleven, al kunnen er wel reconstructies gemaakt worden op basis van overgeleverde beschrijvingen. Een belangrijke componist, van wie er nog enkele hymnes bewaard zijn gebleven, is Mesomedes van Kreta (eerste eeuw na Christus). Van de Romeinse muziek is nog veel minder bewaard gebleven: slechts één, in de Renaissance gereconstrueerde frase uit een toneelstuk van Terentius.
De belangrijkste invloed die de Oudheid op de ontwikkeling van de klassieke muziek heeft gehad, is van muziektheoretische aard. Pythagoras construeerde zijn diatonische toonladder met zuiver reine kwinten. Aristoxenos was de eerste muziektheoreticus die onderscheid maakte tussen verschillende toonladders.
Vroege Middeleeuwen (500-1000)
- Zie hoofdartikel: Middeleeuwse_muziek
In de vroege Middeleeuwen is de ontwikkeling van de klassieke muziek gebonden aan de ontwikkeling van de kerkmuziek. De in de kerk gezongen melodieën waren voornamelijk uit Azië afkomstig. Deze melodieën ondergingen een verandering: zij werden ontdaan van hun versieringen, zodat slechts de belangrijkste tonen overbleven. Deze kerkgezangen werden vanaf de 6e eeuw verzameld en gecodificeerd op last van paus Gregorius II (paus van 715 tot 731). Deze verzameling staat sindsdien bekend als Gregoriaanse muziek: het zijn alle eenstemmige gezangen.
Middeleeuwen (1000-1450)
- Zie hoofdartikel: Middeleeuwse_muziek
De belangrijkste vernieuwing in de Middeleeuwen, is de polyfonie, de meerstemmigheid. Omdat in de meerstemmigheid de terts het belangrijkste interval is, moest een nieuwe toonladder worden geconstrueerd, op basis van de consonantie van tertsen. Ook werd geleidelijk een systeem van muzieknotatie ontwikkeld, waarbij de noot als een punt (Latijn: punctus) op een balk met lijnen werd genoteerd. Bij polyfone muziek klinken meerdere noten tegelijkertijd, noot tegen noot (Latijn: punctus contra punctus); met het contrapunt was ook het beroep componist geboren.
De volgende stijlen kunnen worden onderscheiden: Organum (11e eeuw), Ars Antiqua (ca 1100-1300), Ars Nova (ca 1300-1450), Trecento (Italiaanse muziek uit de 14e eeuw) en Ars Subtilior (ca 1425-1450).
Renaissance (1450-1600)
De muzikale ontwikkelingen in de Renaissance kunnen als volgt worden samengevat: wijziging van in het notatiesysteem (meer 'open', witte notatie dan zwarte); naast religieuze steeds meer profane en instrumentale muziek; striktere regels betreffende consonantie en dissonantie; meer aandacht voor de relatie tekst-muziek; internationale verspreiding van het polyfone repertoire, onder meer door de opkomst en het succes van de muziekdruk. In de Renaissance waren het vooral de componisten uit de Lage Landen (het huidige Nederland, België en Noord-Frankrijk) die voor deze vernieuwingen instonden. Belangrijke namen - uit de meer dan honderd die kunnen geciteerd worden - zijn hierbij Guillaume Dufay, Ockeghem, Josquin, Pierre de la Rue, Jacob Obrecht, Nicolaas Gombert, Clemens non Papa, Willaert, Orlandus Lassus (Roland de Lassus, Orlando di Lasso), Giaches de Wert en Philippus de Monte. De laatste grote Renaissance componist was de Romein Palestrina (1525-1594).
Barok (1600-1750)
- Zie hoofdartikel: Barokmuziek
Rond 1600 verandert de stijl van de gecomponeerde muziek binnen 5 jaar! De monodie met zijn systeem van basso continuo, en de harmonie doen hun intrede, en daarmee de cadensen. In deze periode worden ook de meeste moderne muziekinstrumenten ontwikkeld: de strijkinstrumenten (zij het nog met een kortere strijkstok) en de blaasinstrumenten (zij het nog zonder het moderne kleppensysteem). Tot aan de barok waren de belangrijkste ontwikkelingen steeds aan een overwegend vocale uitvoeringspraktijk gekoppeld. Vanaf de barok neemt de instrumentale muziek deze leidende rol over. Tot de belangrijkste componisten worden gerekend: Claudio Monteverdi, Dietrich Buxtehude, Johann Pachelbel, Antonio Vivaldi en Johann Sebastian Bach.
De barok wordt over het algemeen geacht te eindigen met de dood van J.S. Bach (1685-1750).
Classicisme (1750-1810)
Aan de periode van het classicisme ontleent de klassieke muziek haar naam. Binnen de muziekgeschiedenis is zij echter zeer kort, en omvat hoofdzakelijk de werken van Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn (1e Weense School). Soms worden ook de vroege werken van Ludwig van Beethoven hiertoe gerekend.Een van de belangrijkste vernieuwingen, oorspronkelijk afkomstig uit de zogenaamde Mannheimer Schule, is het integrale gebruik van tekens om de dynamiek te noteren (zoals p voor zacht en f voor luid). Voorts blijft de muziek hoofdzakelijk tonaal, maar kent een grote verandering, langzamerhand wordt het contrapunt vervangen door de harmonie en begint de pianoforte aan een sterke opmars, ze maakt de weg vrij voor de triomftocht van de piano.
In de periode van het classicisme ontstaan nieuwe vormen: de sonatevorm, de symfonie; en nieuwe bezettingen: het strijkkwartet en het (dan nog kleine) symfonieorkest.
Romantiek (1810-1910)
- Zie hoofdartikel: Romantiek (muziek)
In de romantische periode van de klassieke muziek maken componisten steeds grotere composities met steeds meer noten, moeilijkere ritmes en steeds complexere harmonische ontwikkelingen. Ze gebruiken veel en vreemde, niet eerder toegepaste muziekinstrumenten. Er is veel drama en emotie te horen. Alles draait om wat mensen voelen, fantasie en de natuur.
De tendens van de muzikale ontwikkelingen in de 19e eeuw is afkomstig uit de vooruitgangsgedachte uit de Verlichting, en leidde tot steeds grotere werken, steeds grotere orkesten, steeds virtuozere speeltechnieken op steeds verbeterde muziekinstrumenten en steeds complexere harmonische ontwikkelingen.
20e eeuw (vanaf 1900)
In de 20e eeuw bestaan de verschillende stromingen veelal gelijktijdig:
Modernisme (1910-1945)
In de muziek zijn er verschillende stijlen binnen het modernisme:
- Het Futurisme van Russolo was de eerste stroming die opriep tot een nieuwe muziek voor een nieuwe tijd. Later zou Edgar Varèse dit verder uitwerken;
- In Duitsland ontstond Arnold Schoenberg's expressionistische 12-toons atonaliteit, waarmee hij de 2e Weense School grondvestte, bestaande uit Schoenberg zelf en zijn leerlingen Alban Berg en Anton Webern;
- Voortbouwend op het impressionisme van Claude Debussy, ontstond in Frankrijk de Groupe de Six, waarvan Francis Poulenc, Arthur Honegger en Darius Milhaud de belangrijkste vertegenwoordigers waren.
- Igor Stravinsky neemt een plaats op zich in: hij heeft in de loop van de jaren in diverse stijlen gecomponeerd. Toch is zijn signatuur uniek en in elk werk duidelijk aanwezig, waardoor -onafhankelijk van de zogenaamde stijl- de luisteraar altijd Stravinsky hoort.
Neo-stijlen (Neo-Classicisme, Neo-Romantiek, Neo-Barok) (vanaf 1915)
Avant-Gardisme (1945-1970)
Onder Avant-Gardisme wordt in de muziek verstaan: alle muziek die breekt met de (klassiek/romantische) traditie. In de muziek van de avant-gardisten ontbreken meestal dan ook melodie, harmonie en ritme. Het Avant-Gardisme kan worden gezien als een reactie van wantrouwen jegens de eigen, westerse cultuur, die in korte opeenvolging twee Wereldoorlogen voortbracht. In de gehele avant-gardistische kunst werd na de Tweede Wereldoorlog en sterke behoefte gevoeld om van voren af aan opnieuw te beginnen, en letterlijk alle waarden te herzien en te herdefiniëren.
Serialisme (vanaf 1950)
De aanleiding tot het ontstaan van het Serialisme was drievoudig:
- de compostie Modes de valeurs et d'intensités van de Franse componist Olivier Messiaen;
- een nieuw begrip van het dodecafone werk van de in 1945 overleden Anton Webern;
- de in het kielzog van de Tweede Wereldoorlog ontstane hype over codes en coderingen.
Het Serialisme begon feitelijk met het werk van de Belgische componist Karel Goeyvaerts en werd wereldberoemd door het werk van (en de propaganda daarover door) de Duitse componist Karlheinz Stockhausen en de Franse componist Pierre Boulez. Zij breidden het 12-toons idee van Schoenberg uit over alle 'muzikale parameters': toonhoogte, toonduur, toonsterkte, toonkleur. Zo ontstonden complexe schema's, die aan de composities ten grondslag lagen. Het Serialisme betekende echter de definitieve breuk met het 'grote publiek', dat werd verteld, dat het deze muziek niet kon volgen. Voor Stockhausen en Boulez was het ondenkbaar dat hun muziek begrepen kon worden, zonder ook de achterliggende systemen te begrijpen. Dat het grote publiek voor muziek traditioneel altijd uit leken had bestaan, werd daarbij gemakshalve even overgeslagen.
Minimal music (vanaf 1970)
New complexity (vanaf 1975)
Nieuwe eenvoud (vanaf 1980)
Postmodernisme (vanaf 1968)
Tijdslijn componisten
<timeline>Preset = TimeHorizontal_AutoPlaceBars_UnitYearImageSize = width:760
Colors =
id:lightGray value:gray(0.7) id:gray value:gray(0.4) id:darkGray value:gray(0.2)
- id:mid value:rgb(0.6,0.6,0) legend:Middeleeuwen
id:ren value:rgb(0.6,1,1) legend:Renaissance id:bar value:rgb(0.6,1,0.6) legend:Barok id:cla value:rgb(1,1,0.6) legend:Classicisme id:rom value:rgb(1,0.75,0.75) legend:Romantiek
BackgroundColors = canvas:lightGray
Period = from:1425 till:1960ScaleMajor = unit:year increment:25 start:1425 gridcolor:grayLegend = orientation:vertical left:49 top:100
LineData =
at:1500 color:darkGray layer:back at:1600 color:darkGray layer:back at:1700 color:darkGray layer:back at:1800 color:darkGray layer:back at:1900 color:darkGray layer:back
BarData=
barset:Composers
PlotData=
- set defaults
width:15 fontsize:M textcolor:black align:left anchor:from shift:(4,-6)
barset:Composers from:1430 till:1495 color:Ren text:J Ockeghem from:1440 till:1521 color:Ren text:J Des Prez from:1525 till:1594 color:Ren text:GP da Palestrina from:1543 till:1623 color:Ren text:W Byrd
from:1562 till:1621 color:Bar text:JP Sweelinck from:1563 till:1621 color:Bar text:K Harant from:1567 till:1643 color:Bar text:C Monteverdi from:1583 till:1643 color:Bar text:G Frescobaldi from:1585 till:1672 color:Bar text:H Schütz from:1632 till:1687 color:Bar text:JB Lully from:1637 till:1707 color:Bar text:D Buxtehude from:1653 till:1713 color:Bar text:A Corelli from:1659 till:1695 color:Bar text:H Purcell from:1660 till:1725 color:Bar text:A Scarlatti from:1674 till:1754 color:Bar text:T Albinoni from:1678 till:1741 color:Bar text:A Vivaldi from:1681 till:1767 color:Bar text:GP Telemann from:1683 till:1764 color:Bar text:JP Rameau from:1685 till:1750 color:Bar text:JS Bach from:1685 till:1757 color:Bar text:D Scarlatti from:1685 till:1759 color:Bar text:GF Händel from:1710 till:1736 color:Bar text:GB Pergolesi from:1714 till:1798 color:Cla text:CW Gluck from:1732 till:1809 color:Cla text:J Haydn from:1750 till:1825 color:Cla text:A Salieri from:1751 till:1825 color:Cla text:D Bortniansky from:1756 till:1791 color:Cla text:WA Mozart from:1770 till:1827 color:cla text:L v Beethoven from:1782 till:1840 color:Rom text:N Paganini barset:break from:1786 till:1826 color:Rom text:CM von Weber from:1791 till:1857 color:Rom text:C Czerny from:1792 till:1868 color:Rom text:G Rossini from:1797 till:1828 color:Rom text:F Schubert from:1797 till:1848 color:Rom text:G Donizetti from:1803 till:1869 color:Rom text:H Berlioz from:1809 till:1847 color:Rom text:F Mendelssohn from:1810 till:1849 color:Rom text:F Chopin from:1810 till:1856 color:Rom text:R Schumann from:1811 till:1886 color:Rom text:F Liszt from:1813 till:1883 color:Rom text:R Wagner from:1813 till:1901 color:Rom text:G Verdi from:1819 till:1880 color:Rom text:J Offenbach from:1824 till:1884 color:Rom text:B Smetana from:1824 till:1896 color:Rom text:A Bruckner from:1833 till:1897 color:Rom text:J Brahms from:1835 till:1921 color:Rom text:C Saint-Saëns from:1838 till:1875 color:Rom text:G Bizet from:1838 till:1920 color:Rom text:M Bruch from:1839 till:1881 color:Rom text:M Moessorgski from:1840 till:1893 color:Rom text:PI Tsjaikovski from:1841 till:1904 color:Rom text:A Dvorák from:1843 till:1907 color:Rom text:E Grieg from:1844 till:1908 color:Rom text:N Rimsky-Korsakov from:1858 till:1924 color:Rom text:G Puccini from:1872 till:1915 color:Rom text:A Scriabin from:1873 till:1943 color:Rom text:S Rachmaninoff from:1881 till:1945 color:Rom text:B Bartók from:1891 till:1953 color:Rom text:S Prokofiev
</timeline>
Zie ook
Categorieën
Klassieke muziek | Muziekgeschiedenis
