Johann Sebastian Bach
Johann Sebastian Bach (Eisenach, 21 maart 1685 — Leipzig, 28 juli 1750) was een Duits componist van barokmuziek. Hij wordt algemeen gezien als een van de grootste en invloedrijkste componisten uit de geschiedenis van de klassieke muziek.
Zijn oeuvre valt met name op door de emotionele zeggingskracht en het technisch vakmanschap. Het is een unieke en zeer persoonlijke synthese van de verworvenheden van de polyfone muziek met die van de monodie: een hoogtepunt van de muzikale barok, en van grote betekenis gebleken voor vele componisten na hem. In de behandeling van bepaalde vormen en genres ging Bach tot het uiterste, waarbij hij de grenzen van wat tot dan toe was gerealiseerd formeel en technisch ver overschreed, met name in zijn oratoria. Bachs oeuvre omvat vrijwel alle stijlen en vormen die in zijn tijd gangbaar waren, met uitzondering van de opera.
Inhoud |
Biografie
Bach werd op 21 maart 1685 te Eisenach in Thüringen geboren als telg van een oude, muzikale familie (over 7 generaties telde zij meer dan 100 musici). Gedoopt werd hij op 23 maart in de Sankt Georgenkirche, gelegen op het centrale stadplein van Eisenach waaraan ook het stadskasteel van de vorsten van Sachsen-Eisenach is gelegen. Als tweede naam kreeg de dopeling de naam van zijn peetvader, Sebastian Nagel, stadsblazer uit Gotha. Hij kreeg op jonge leeftijd van zijn vader Johann Ambrosius Bach vioolles. Op negenjarige leeftijd werd hij echter volledig wees en kwam hij terecht in het gezin van zijn oudste broer Johann Christoph Bach, die organist was in het naburige dorp Ohrdruf. Hij was het die de zeer jonge Johann Sebastian formeerde tot beroepsmusicus, onder andere door hem de grondbeginselen van het bespelen van het orgel en het klavecimbel en van compositie bij te brengen.
Johann Sebastian kreeg een beurs om in Lüneburg in Noord-Duitsland te studeren, dat was van 1700-1702 (drie seizoenen op het locale gymnasium).
Door de vondst in augustus 2006 in de Hertogin Anna Amaliabibliotheek in Weimar van twee kopieën van Bachs hand - in Nieuwe Duitse orgeltabulatuur - van twee grote Noordduitse koraalfantasieën van Dietrich Buxtehude en Jan Adam Reinken (van geboorte Nederlander (Deventer)), kan het vermoeden bevestigd worden dat Bach in Lüneburg zijn muziekopleiding heeft afgerond bij Georg Böhm, een beroemd componist en organist van de Sankt Johanneskirche aldaar.
Op zijn 18e vond Bach tijdelijk werk in Weimar, in het plaatselijke hoforkest. Niet lang daarna werd hij organist van de Neue Kirche (thans 'Bachkirche') in Arnstadt. Het was hier dat hij, zoals zijn zoon Carl Philipp Emanuel Bach dat later zou schrijven, 'de eerste vruchten van zijn vlijt' toonde: de eerste cantates (in relatief kleine bezetting) als ook de eerste representatieve orgelwerken waaronder de beroemde Toccata et Fuga in d-moll (BWV 565) en de Passacaglia in c-moll. Met de toccata wist Bach zich van de benoeming tot organist van de Neue Kirche te verzekeren.Zowel vanwege zijn perfectionisme als door allengs groeiende ambities kreeg hij het op den duur aan de stok met vrijwel 'iedereen' ter plaatse: met collega-musici, kerk- en stadsbestuur.
Na deze 'Sturm- und Drang'-periode belandde hij in 1707 in Mühlhausen om daar organist te worden van de Divi Blasiikirche. Begin-1708 voerde Bach daar zijn eerste cantate in zeer grote vocaal-instrumentale bezetting uit: 'Gott ist mein König' dat hoogstwaarschijnlijk gemodelleerd is naar twee grote oratorium-composities van de Noordduitse componist Dieterich Buxtehude, die Bach in de winter van 1705-6 persoonlijk in Buxtehude's woonplaats Lübeck van zeer nabij heeft leren kennen, als medespeler in het orkest. In 1707 huwde hij zijn nicht Maria Barbara Bach. Na een ambtstijd van slechts een jaar vertrok Bach naar Weimar, waar hij negen jaar zou blijven.
Verblijf te Weimar (1708-1717)
In 1708 werd Bach hoforganist en kamermusicus, later concertmeester van Willem Ernst, hertog van Saksen-Weimar, een streng-gelovig maar kunstminnend vorst. In deze periode componeerde Bach het overgrote deel van de orgelwerken waarmee later beroemd is geworden. Hij maakte in deze periode furore als virtuoos organist en briljant componist. Het verhaal deed de ronde dat Bach op het orgelpedaal loopjes kon uitvoeren die de meeste organisten niet eens op het klavier gespeeld kregen. Bach onderhield collegiale betrekkingen met Georg Philipp Telemann, toenmalig concertmeester aan het hof in Eisenach, die peetvader zou worden van zijn tweede zoon Carl Philipp Emanuel. In Weimar werden zes van Bachs kinderen geboren. Door interne conflicten in de hertogelijke familie, die het hofleven sterk beïnvloedden, keek hij gaandeweg uit naar een post elders. Het vorstenhof in Köthen bood hem die kans.
Kapelmeester te Anhalt-Köthen (1717-1723)
In 1717 werd hij kapelmeester aan het Hof van de muziekminnende vorst Leopold van Anhalt-Köthen (1694-1728) in diens vorstendom Anhalt-Köthen. Tegenover Weimar hield dit een verdubbeling van zijn bezoldiging in. Bachs salaris was even hoog als dat van de hofmaarschalk, de op een na hoogste functionaris aan het Hof. De aanstelling betekende een radicale breuk met de functies die Bach tot dan toe had uitgeoefend. Het Hof te Köthen was calvinistisch, zodat er geen plaats was voor een 'gereguleerde' kerkmuziekpraktijk naar Lutherse opvatting. Van hofkapelmeester Bach werd verwacht dat hij zich toelegde op wereldlijke muziek als concerten, feesten en speciale gelegenheden zoals de verjaardag van de prins. Bach kreeg de leiding van een klein (17) beroepsensemble van een zeer hoog muzikaal niveau. De kern ervan werd gevormd door acht kamermusici, waarvan er vijf solist waren geweest in de Pruisische hofkapel in Berlijn en Potsdam. In de zes jaar die hij in Köthen werkte, schreef hij voornamelijk stukken voor kamerorkesten en solo-instrumenten; 'pour le divertissement et le plaisir' van vorst Leopold van Köthen en zijn hof en hovelingen.
Het gaat om vioolconcerten, drie sonates (waarvan er een de beroemde Chaconne bevat) en drie suites voor viool-solo, zes suites voor cello en zes Franse en zes Engelse Suites voor klavecimbel. Met zijn zes sonate's voor concerterend klavecimbel en solerende viool uit deze tijd realiseerde hij een belangrijke zaak. In plaats van een compositie waarin het klavecimbel (evenueel met violoncello of viola da gamba erbij) slechts een becijferde baspartij weergeeft voor te improviseren akkoorden en andere notenfiguren in de rechterhand, waardeert hij de klavierpartij op tot minstens gelijkwaardige partner van het eigenlijke solo-instrument (in de oorspronkelijke titel van deze sonatecyclus staat het klavecimbel zelf vóór de viool vermeld).
In Köthen legde Bach enkele muziekboekjes aan voor zowel zijn vrouw als voor zijn kinderen. Daarvan zijn de 'Clavier-Büchlein' voor Anna Magdalena Bach - Bach's tweede vrouw, voor wie hij zelfs twee boekjes heeft samengesteld - en voor oudste zoon Wilhelm Friedemann Bach (muziekleerboek) bewaard gebleven. Die voor Carl Philipp Emanuel Bach helaas niet, alhoewel belangrijke delen ervan door kopie-afschriften wel de tand der tijd hebben doorstaan.Bachs eerste vrouw, bij wie hij zeven kinderen had, stierf in 1720. Hij hoorde daarvan op de stoep van zijn woonhuis, nadat hij was teruggekeerd van een dienstreis met zijn adellijke broodheer.Het jaar daarop trouwde Bach, een weduwnaar met kleine kinderen, met de zangeres Anna Magdalena Wilcke bij wie hij dertien kinderen kreeg. Van de in totaal twintig kinderen die Bach kreeg zijn er tien als zuigeling, peuter of kleuter overleden. Ook in Köthen rezen voor Bach problemen die de drang naar het zoeken van een nieuwe betrekking deden toenemen. Allereerst huwde prins Leopold in 1721 een vrouw met een beduidend andere, 'lichtere' muzikale smaak. Dit deed de belangstelling van de vorst voor Bach's kunst afnemen. Daarnaast moest het vorstendom - dat formeel onder Pruissen viel - bijdragen aan de financiering van het Pruissische leger. Daarom werd er dan ook gesnoeid in de bekostiging van onder andere de hofcultuur.Bovendien begon Bach uit te kijken naar een geschikte plek voor het voortgezette en universitaire onderwijs van zijn opgroeiende zonen Wilhelm Friedemann en Carl Philipp Emanuel.
Aan Bach's aspiratie tot het vinden van een nieuwe baan heeft het nageslacht vier belangrijke compositiecycli te danken. Allereerste een verzameling van 'Six Concerts avec plusieurs instruments' die bekend is geraakt als 'Brandenburgse Concerten'. Met dit geschenk - van vier oudere (uit Weimar) en twee nieuwe concerten, waarin wordt aangehaakt bij verschillende karaktersoorten van de toenmalige hofmuziek - haakte hij bij de keurvorst van Brandenburg naar een stevige, vaste positie aan diens hof (die hij uiteindelijk niet kreeg).
En nadat hem in 1722 het overlijden ter ore was gekomen van Johann Kuhnau, de cantor (= muziekleraar) van het Thomaskerk-internaat in Leipzig en koormeester/dirigent van kerkmuzikale uitvoeringen in de Thomaskirche en Nicolaikirche in die stad, besloot hij naar deze vacant-geworden positie te solliciteren. Omdat Bach weliswaar een gymnasiumopleiding had genoten maar geen (voor zo'n functie noodzakelijk) universitaire, stelde hij toen bij wijze van 'sollicitaitiepapieren' drie compositiecycli samen.
Zijn persoonlijke koraalvoorspelenboek voor orgel (uit Weimar) voorzag hij toen pas van een pedagogisch-toepasselijk titelblad met daarboven de titel 'Orgel-Büchlein'. Daarnaast ordende hij een verzameling van betrekkelijk losse, korte twee- en driestemminge klavecimbelstukken uit het muziekleerboekje voor de oudste zoon Wilhelm Friedemann tot een aparte dertigdelige cyclus. Het is bekend geworden als 'de twee- en driestemmige inventionen'En tot slot bracht hij reeds bestaande Praeludia en Fuga's - al dan niet bewerkt - met nieuwe samen tot zijn beroemde klavecimbelcyclus 'Das Wohltemperierte Clavier', waar alle 24 muziekstukken in alle grote en kleine terts-toonsoorten zijn geschreven.
Cantor te Leipzig (1723-1750)
Bach's aanstelling volgde en in 1723 verhuisde hij naar Leipzig, destijds een belangrijk cultureel en handelscentrum met vooraanstaande boek- en muziekuitgeverijen, een gereputeerde universiteit en de alom Leipziger Messe (beurs).Bach schreef hij het overgrote deel van in total vijf jaargangen kerkelijke cantates. Hiervan is slechts een deel (circa 200) bewaard gebleven. In 1731 bedacht hij voor de installatie van de nieuwe stadsraad van Leipzig een meesterlijke cantate (BWV 29 Wir danken Dir, Gott, wir danken Dir) met een indrukwekkende instrumentale bezetting, compleet met pauken en trompetten. In Leipzig was hij koormeester van de Thomaskerk en leraar aan de Thomasschule. Zijn relatie met het stadsbestuur was slecht en men zag hem als een wat vreemde koppige oude man die met verouderde contrapuntische muziek bezig was. Bovendien werd Bach meer gezien als een organist dan als een componist. Bach was dan ook niet bepaald de eerste keus van het gemeentebestuur. Uiteindelijk werd Bach pas benoemd nadat de componisten Georg Philipp Telemann en Christoph Graupner hadden bedankt. De bekendste werken die hij hier componeerde waren de Matthäus Passion, de Johannes Passion, het Weihnachtsoratorium, het tweede deel van het Wohltemperierte Klavier (eveneens 24 preludes en fuga's), de Mis in B klein (Hohe Messe), het Magnificat (voor Kerstmis 1723) en de vier delen van de zogenaamde Klavierübung, waaronder deel één met de zes Partita's voor klavecimbel en deel vier met de Goldberg Variaties.
Bach bleef de rest van zijn leven in Leipzig. In 1749 kreeg hij last van staar en op 28 juli 1750 stierf hij na een misluktie oogoperatie op 65-jarige leeftijd, blind. Bach werd drie dagen later op het kerkhof van de St.-Johanneskirche begraven, maar de precieze plek van zijn graf werd snel vergeten.
Op 7 augustus 1750, ruim een week na de dood van de componist, kwam het stadbestuur bijeen om een nieuwe cantor te kiezen. Bachs naam werd nauwelijks genoemd, behalve door een raadslid dat met kennelijke wrok het vertouwde cliché herhaalde: De school heeft een cantor nodig, geen Kapellmeister. De brave burgers van Leipzig vertrouwden de lastige cantor toe aan de vergetelheid. Bachs vrouw, Anna Magdalena, bleef met haar vijf kinderen alleen achter zonder bestaansmiddelen. Al in 1752 was de erfenis helemaal op en kreeg zij van de gemeenteraad veertig daalders in ruil voor een aantal onverkochte exemplaren van "Die Kunst der Fuge". Zij overleed in 1760, in een armengesticht als 'Almosenfrau', aangewezen op de openbare onderstand, zonder steun van haar stiefkinderen.
Na zijn dood raakten componist en zijn werken in vergetelheid. Pas na driekwart eeuw, in 1829, werden zij, dankzij de inspanningen van Felix Mendelssohn Bartholdy die een uitvoering van de Matthäus Passion in de Berlijnse Singerakademie organiseerde, aan de vergetelheid ontrukt; het was het begin van een definitieve erkenning van de waarde van Bachs werk.
Pas in 1950, op de 200ste verjaardag van zijn overlijden, kwam het officiële eerherstel. Toen werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar het koor van de Thomaskirche waar ze rusten onder een eenvoudige gedenksteen, Soli Deo Gloria.
Nalatenschap en invloed
19e eeuw
Bach kreeg in zijn latere jaren als componist en na zijn dood aanvankelijk een minder grote reputatie. Zijn stijl werd ouderwets beschouwd in vergelijking met de opkomende klassieke stijl. Hij werd evenwel herinnerd als musicus, pedagoog, componist en vader van zijn eveneens musicerende kinderen (vooral Carl Philipp Emanuel en Johann Christian). De direct na zijn dood nog bekende composities waren klavierwerken, waarvan bekend is, dat vele componisten een exemplaar bezaten. Van onder andere W.A. Mozart en Beethoven is bekend dat ze het werk van Bach bewonderden. Tijdens een bezoek aan de Thomasschule in Leipzig hoorde Mozart een motet-uitvoering (BWV 225) en zou hebben gezegd: Kijk, dit is nu iets waar men van kan leren!. Nadat hij delen van het motet in handen had gekregen ging hij op de grond zitten met de stukken om zich heen, waarbij hij alles vergat, en niet eerder opstond dan nadat hij alle stukken uitgebreid bestudeerd had. Beethoven oefende al als kind op Bachs Wohltemperierte Klavier en noemde Bach later in zijn leven: Urvater der Harmonie (Grondlegger van de harmonie). Van Beethoven is ook de woordspeling: nicht Bach, sondern Meer (geen beek maar een zee, gebruik makend van de letterlijke betekenis van Bachs naam).
De wederopbloei van Bachs reputatie als componist bij het brede publiek werd mede mogelijk gemaakt door de publicatie van Johann Nikolaus Forkels biografie (1802), die onder andere door Beethoven werd gelezen. Philipp Spitta's biografie van 1873 was er een aanvulling op. J.W. Goethe maakte relatief laat in zijn leven kennis met het werk van Bach door een serie optredens van klavier- en koorwerken in Bad Berka in 1814 and 1815. In een in 1827 geschreven brief vergeleek hij de ervaring van het luisteren naar Bachs muziek met 'oneindige harmonie in dialoog met zichzelf'. Vermoedelijk heeft Felix Mendelssohn Bartholdy de grootste bijdrage geleverd aan het herwaarderen van Bachs nalatenschap door in 1829 de Matthäus Passion opnieuw uit te voeren in Berlijn. Georg Wilhelm Friedrich Hegel, die aanwezig was bij deze uitvoering, noemde Bach later een 'groot, oprecht protestant, robuust en erudiet genie', welke we pas sinds kort weer op volle waarde schatten. Mendelssohns promotie van Bach continueerde hij in de erop volgende jaren en Bachs reputatie groeide evenredig. Het Bach Gesellschaft werd opgericht in 1850 om zijn werk verder te promoten. Een belangrijke rol heeft deze organisatie vervuld door het publiceren van de bladmuziek. Ook Johannes Brahms werkte hieraan mee. Voor 1871 en kanselier Bismarck probeerde men het opkomende Duitse nationale gevoel via culturele kanalen aan bod te laten komen in taal, literatuur, geschiedenis en bovenal in muziek uit heden en verleden. Deze hele onderneming werd ondersteund door de Romantiek, die zich afzette tegen het Rationalisme. Ook het enthousiasme voor de muziek als enige kunstvorm die direct tot de ziel spreekt, speelde een rol. Bach werd door de Duitse componisten gezien als hun grote voorloper en voorvader. Vandaar het groeiend reveil.
20e eeuw
Gedurende de 20e eeuw zijn verschillende stukken van Bach herontdekt vanwege hun artistieke of educatieve waarde. Een 20e eeuwse ontwikkeling is de opkomst van de beweging die streeft naar authentieke uitvoeringen, met instrumenten uit de tijd van de componist en gespeeld zoals men denkt dat de componist het bedoeld heeft. Voorbeelden hiervan zijn de inzet van klavecimbels in plaats van concertpiano's en het gebruik van kleine koren of louter solisten.
De 20e eeuw getuigt van het grootst mogelijke respect voor Bach. Men bewerkt, herwerkt en inspireert zich op Bach in alle stijlen: van Stravinsky tot Schnittke, van Schönberg tot Kagel. Sinds Bachs dood zijn er rond de 300 werken geschreven met Bach als bron. Fünf Sätze für Streichquartett opus 5 van 1909 van Anton Webern is een bewerking van Bachs Musicalischen Opfer BWV 1079. Dmitri Shostakovich schreef in 1950 zijn 24 preludes en fuga's. Het loont zeker de moeite te luisteren naar de adembenemende transcriptie voor piano van de Chaconne in d mineur door Ferruccio Busoni en van Stravinsky's versie van de Canonische Variaties. In het Bach-jaar 1985 schreef Mauricio Kagel een hommage aan de cantor van Leipzig met als titel de Sankt-Bach-Passion waarin het leven van de componist als een lijdensweg wordt afgebeeld. De Hongaarse cellist en muziekpedagoog Janos Starker (°1924 Boedapest) stelt in een interview: "Wie de groten zijn in de muziek, is algemeen bekend. Mozart, Bach, Beethoven, Brahms - ik zal ze niet met elkaar vergelijken. Maar voor de muziek is Bach "hors concours". Hij speelt het spel niet mee, hij schreef de regels." De popmusicus Gordon Matthew Sumner (°1951), alias Sting speelt nog elke dag de luitsuites van J.S.Bach.
Bach als leraar
Over Bachs methode om les in compositie te geven beschikken wij over verschillende getuigenissen, waaronder dat van hemzelf; hij verwees ernaar aan het slot van het Klavier-Büchlein, dat hij voor zijn tweede vrouw Anna Magdalena schreef. Ook Carl Philipp Emanuel maakte er tegenover Forkel opmerkingen over. Evenals bij zijn klavierlessen vormden een vaste methode en toewijding de sleutels van zijn aanpak. De leerlingen begonnen met het schrijven van een vierstemmige harmonie naar het model van Bachs eigen koralen. Zij kregen bijvoorbeeld een of meer van de partijen - sopraan, alt, tenor en bas - en moesten de rest aanvullen. Elke partij moest op een aparte lijn of notenbalk worden genoteerd zodat men de vorm van de melodie kon zien, want Bach duldde geen saaie meerstemmigheid; zonder de regels te overtreden moest elke partij haar eigen melodische lijn hebben. Bach herinnerde zijn leerlingen eraan dat elke partij als het ware een sprekende stem was die zijn zinnen grammaticaal juist moest vormen en niets mocht zeggen tenzij hij echt iets te zeggen had. Leerlingen mochten pas met eigen composities beginnen als ze deze vierstemmige polyfonie en het elementair contrapunt onder de knie hadden. En als ze ermee begonnen, vertelde hij hun niets te noteren tot ze het hele stuk doordacht hadden. Veel later past de filmregisseur Hitchcock dezelfde methode toe: eerst de film precies in je hoofd hebben voordat je met een draaiboek start. Improviseren op het klavier als een manier om te componeren werd afgeraden; Bach sprak met minachting over wie hij noemde de 'klavier-cavaleristen' die hun vingers op zoek naar ideeën over de toetsen lieten gaan.
Werken
Algemeen
Een van de bijzondere aspecten van Bachs composities is het complexe en ingenieuze gebruik van het contrapunt. Meer dan andere componisten wordt Bach geassocieerd met de fuga. Het bekendste fuga-album is wellicht het Wohltemperierte Klavier; dit werk bevat 48 preludes en fuga's, twee voor elke majeur en mineur toonsoort. Bach schreef ook het album Die Kunst der Fuge, dat nog niet voltooid was bij zijn dood. Het bevat veertien fuga's (die Bach zelf 'Contrapuncti' noemde), die alle op hetzelfde thema gebaseerd waren.
Veel van zijn muziek schreef Bach voor de Lutherse Kerk. Vanaf 1723 tot aan zijn dood was hij cantor van de Thomaskerk in Leipzig. Van de motetten zijn Der Geist hilft unser Schwachheit auf (BWV 226) en Jesu, meine Freude (BWV 227) beide erg mooi. Zijn vele cantates (lijst) componeerde hij voor de reguliere zondagsdiensten buiten de vastentijd; de Johannes Passion (BWV 245) en de Matthäus Passion (BWV 244) waren bedoeld voor speciale diensten op Goede Vrijdag. Deze laatste werd voor het eerst uitgevoerd in 1727. Een Passion is een oratorium, te vergelijken met een opera, maar dan zonder voorstelling op de scène met als onderwerp het lijdensverhaal van Christus. De Matthäus Passion, genoemde 'de grote passie' overschaduwde alle eerdere kerkmuziek van Bach - of van wie dan ook - wat betreft omvang, opzet, karakter, techniek, expressie en moeilijkheidsgraad.
Bach Werke Verzeichnis
De werken van Bach werden genummerd door Wolfgang Schmieder en kregen alle een BWV-nummer waarbij Schmieder een ordening naar genre invoerde.
Actualiteit
Philippe Herreweghe nam begin mei 2006 het initiatief om tijdens een jaarlijkse "Bach Academie" zijn ervaring als dirigent door te geven en ze meteen ook in twijfel te trekken. Volgens hem is er niet één manier om Bach te spelen. Herreweghe is beducht voor een sluipende vorm van academisme. Zijn "Collegium Vocale" heeft een typische Bachstijl ontwikkeld, met een beperkt koor en orkest; de tekstanalyse, de retorische benadering, de vocale techniek zijn kenschetsend. Zijn stijl kwam revolutionair over na de romantische interpretatie.
De "Bach Academie" is geen festival, maar een soort van residentie. De formule is compact: een week lang op dezelfde plaats kamperen met gastmuzikanten, intensief repeteren en musiceren, één aspect uit het oeuvre van Bach uitdiepen. En vooral ook veel werken en oefenen met jonge muzikanten waaruit op termijn een projectkoor kan groeien. Voor Herreweghe wordt educatie steeds belangrijker, hij wil mobiliseren, een context scheppen om kennis door te geven. Herreweghe wil een motet laten zingen op behoorlijk niveau, daarom is het belangrijk dat het amateur-koorleven goed bloeit. Dat is de basis. Ook voor de cellist en Bachvertolker Janos Starker is lesgeven belangrijk omdat het generaties met elkaar verbindt. Het veraangenaamt zijn leven om de vruchten te zien van de zaden die hij als leraar heeft geplant.
Jaarlijks is het Gentse Collegium Vocale met Philippe Herreweghe afwisselend in residentie in de Singel te Antwerpen, Bozar te Brussel of het Concertgebouw te Brugge. Samen met andere gerenommeerde musici buigen zij zich over het onuitputtelijke oeuvre van Johann Sebastian Bach. Dit is een veelbelovend project dat drie grote culturele instellingen in Vlaanderen en Brussel met elkaar verbindt. Van maandag 30 oktober tot zondag 5 november 2006 vond in het internationaal kunstencentrum De Singel te Antwerpen de eerste editie plaats. Ze bouwden de Singel om tot een heus Bach-laboratorium. Onder de titel 'Mein Verlangen' ontleedden ze Bachs fascinerende relatie tot de dood. Er vonden concerten, open repetities, masterclasses voor solisten, een projectkoor voor jonge zangers en lezingen plaats over Bachs relatie tot de dood. Geen triest gebeuren, maar een hartstochtelijk verlangen en een verstilde vreugde. Met medewerking van Ricercar Consort, Philippe Pierlot, Rainer Zipperling, Pierre Hantai, Christoph Siebert, Blindman, Explorations, Roel Dieltiens, Christine Busch, Gerrit Komrij en vele anderen. Als slot werd heel toepasselijk Bachs cantate BWV 161, "Komm, du süsse Todesstunde" uitgevoerd. Voor verdere informatie zie: www.desingel.be.
Verdere informatie rond Bach
Bibliografie
- Bossuyt, Ignace, Het Weihnachts-Oratorium, Universitaire Pers Leuven, met partituur, 2002, ISBN 9058672425.
- Bossuyt,Ignace De Missae breves BWV 223-236, Uitg. Alamire te Peer, met partituur, 2000, ISBN 906853145
- Bossuyt,Ignace Beknopt overzicht van de muziekgeschiedenis, Uitg. Acco, Leuven/ Amersfoort, 1995, ISBN 903343390 7.
- Brandts Buys, Hans, Johann Sebastian Bach, Gottmer, Haarlem/Antwerpen, 1966.
- Brandts Buys, Hans Het Wohltemperierte Clavier van J.S. Bach, Bohn, Scheltema & Holkema, Utrecht/Antwerpen, 1984.
- Hilst, Rob van der, Een engel uit de hemel - driehonderd jaar Bach en Nederland, Uitgeverij Ambo, Amsterdam, 2000.
- Hilst, Rob van der Hilst, 1750 - het laatste jaar van Johann Sebastian Bach, Uitgeverij Tirion, Baarn, 2000.
- de Sutter, Ignace, Inleiding tot het muziekbeluisteren, Uitg. G. Gottmer, Nijmegen, Uitg. Orion, Brugge, 1980, ISBN 9026403194.
- Dingler, Wolfgang e.a, De Matthäus-Passion, 100 jaar passietraditie van het Koninklijk Concertgebouworkest, Uitg. Thoth Bussem, met bijhorende CD met historische opnames o.l.v. dirigenten Willem Mengelberg, Eugen Jochum, Nikolaus Harnoncourt, 1999, ISBN 9068682180.
- Lernout, Geert, De Goldbergvariaties, Uitg. Van Halewyck, 2001, ISBN 90561730202.
- Gert Oost, Aan de hand van Bach Tekst en uitleg bij een jaargang Bachcantates, (Zoetermeer, 2006) ISBN 9023921305
- Eimert Pruim, Klein Bachboek, korte oriëntatie voor wie van Bach houdt, Baarn, 1975.
- Schmieder, Wolfgang, Bach-Werke-Verzeichnis (BWV). Thematisch-systematisches Verzeichnis der musikalischen Werke von Johann Sebastian Bach, Breitkopf & Härtel, Wiesbaden, 1990, ISBN 3-7651-0255-5.
- Schweitzer, Albert, J.S.Bach, de musicus-dichter, édition Foetisch, Leipzig, 1905.
- Selhorst, Karolien Bach aan het Hof van Köthen in begeleidende publicatie rond de "Dag van de Oude Muziek", 25 juni 2000, in de Landcommanderij Alden Biesen te Bilzen ,België, naar aanleiding van 250 jaar Bach.
- Senden, Yves, Muziek kan je iets vertellen, over de aanwezigheid van retoriek in muziek, luistergids voor melomanen, met partituren, Uitg. Alamire, Peer, 1995, ISBN 90685310609.
- Stichting Bach, Met in zijn jaszak 17 eendeëieren, 17 essays t.g.v. de 300e verjaardag van J.S. Bach, Uitg. J.Niemeyer, Groningen, 1985.
- 't Hart, Maarten, Du holde Kunst, over muziek, Uitg. de Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 1974, ISBN 9029520329.
- Tatlow, Ruth, Bach and the Riddle of the Number Alphabet, Cambridge University Press, 1991.
- Van Houten, Kees en Marinus Kasbergen, Bach:Die Kunst der Fuge en het getal, De Walburg Pers, 1989.
- Washington, Peter Bach, Uitg. Michon-Helmond, 1996, met drie CD's met muziekvoorbeelden, ISBN 906761274.
Biografieën van J.S. Bach
- Johan Nicolaus Forkel, Ueber Johann Sebastian Bachs Leben, Kunst und Kunstwerke, Leipzig, 1802 (in Engelse vertaling beschikbaar).
- Philipp Spitta, Johann Sebastian Bach. Sein Werk und sein Einfluss auf Deutsche Musik, 2 delen, 1873 en 1880, Leipzig, (Engelse vertaling, Londen 1884-85).
- Christoph Wolff, Johann Sebastian Bach, zijn leven, zijn muziek, zijn genie, Bijleveld, Utrecht, 2000, 607 blz, ISBN 9061318963 (Vert. van Johann Sebastian Bach, The learned musician, New York, Norton, 2000).
Zie ook
- Het BACH-motief
- De muzikale handtekening van J.S. Bach
- De Lijst van cantates van Johann Sebastian Bach.
Een aantal van Bachs zonen werd eveneens componist of muzikant:
- Wilhelm Friedemann (1710-1784)
- Carl Philipp Emanuel (1714-1788)
- Johann Christoph Friedrich (1732-1795)
- Johann Christian (1735-1782)
- Familie Bach
Externe links
- uiterst volledige webomgeving rond J.S. Bach - links tot J.S. Bach sites door Yo Tomita, Queen's University, Belfast, N-Ierland.
- algemene info JS. Bach en BWV-nummers
- Luistergids Bach-cantates - achtergronden, teksten, commentaar
- Mutopia - muzieknotatie en midi-files
- Works by J. S. Bach MP3
Categorieën
Duits componist | Duits organist | Bach | Klassieke muziek
