Arikah Map

Ruhollah Khomeini

Ruhollah Khomeini:Afbeelding van Khomeini
Groter
Afbeelding van Khomeini

Ruhollah Khomeini (Perzisch: ‏‏آیت‌الله روح‌الله خمینی‏) (Khomein, 24 september 1902Teheran, 3 juni 1989) was een Iraans geestelijke (ayatollah).


Inhoud

Jeugd- en jongere jaren

De vader van Ruhollah, een vooraanstaand sjiitisch geestelijke, werd in 1903 vermoord door vrienden van een door hem ter dood veroordeelde man. Zijn tante voedde Ruhollah daarna op. Vanaf 1912 volgde hij islamitisch onderwijs aan een islamitisch school voor lager onderwijs. Hij studeerde daarna aan een islamitische hogeschool in Arak. Sinds 1922 studeerde hij filosofie, ethiek en islamitisch recht aan de hogeschool in de sjiitische heilige stad Qom. In 1926 promoveerde hij in alle vakken en werd sjiitisch geestelijke. In 1927 trouwde hij en kreeg 8 kinderen waarvan 5 in leven bleven.

Hojjat al-Islam en kritiek op het regime van de sjah

Khomeini viel onder zijn mede-geestelijken op door zijn interesse voor moderne sociale vraagstukken en islamitische ethiek. Vanaf de jaren dertig was hij een fel bestrijder van het seculiere beleid van sjah Reza Shah. In 1941 schreef Khomeini het boek De Onthulling der Geheimen, gericht tegen de dictatuur van sjah Reza. In 1945 werd Khomeini Hojjat al-Islam, de hoogste sjiitisch islamitische geestelijke onder de ayatollah.

Als Hojjat al-Islam verkreeg Khomeini het recht om een groep leerlingen rond zijn persoon te vormen. Ofschoon Khomeini's Koran en Islamitisch Recht interpretatie conservatief was, had hij oog voor de mistanden in de Iraanse maatschappij en streefde hij naar een eerlijke verdeling van de welvaart.

In 1949 werd Khomeini als docent aan de Universiteit van Qom ontslagen wegens zijn aanhoudende kritiek tegen de nieuwe sjah, Mohammed Reza Pahlavi. Ondanks zijn ontslag, bleef Khomeini zich tegen het regime van de sjah verzetten en vanaf de jaren vijftig bekritiseerde hij de Amerikaanse invloeden in Iran.

Ayatollah

Ruhollah Khomeini:Een jonge Ruhollah Khomeini
Groter
Een jonge Ruhollah Khomeini

In 1961 werd Khomeini Ayatollah, de hoogste geestelijke waardigheid binnen het Sjiisme.

In 1963 startte sjah Mohammed Reza Pahlavi de zogenaamde Witte Revolutie. De belangrijkste punten van de Witte Revolutie waren de herverdeling van de grond (onteigening van grootgrondbezit) en vrouwenkiesrecht. Dit schoot in het verkeerde keelgat bij Khomeini en de sjiitische geestelijkheid in het algemeen. Samen met de grootgrondbezitters keerden de geestelijkheid zich tegen de hervormingen van de sjah. In 1963 werd Khomeini wegens zijn anti-regeringsactiviteiten gearresteerd en voor 10 maanden opgesloten. Na zijn vrijlating leefde hij achtereenvolgens in Turkije (1964), in Irak (1964-1978) en in Frankrijk (een deel van 1978 en 1979). Vanuit de heilige stad Najaf bestookte Khomeini in woord en geschrift het regime van de sjah en de Amerikaanse invloed in Irak.

Islamitische Revolutie

In 1975 sloten Iran en Irak een verdrag waarin werd geregeld dat beide landen elkaar niet meer dwars zouden liggen. (Overigens werd dit verdrag door de toenmalige Iraakse vicepresident Saddam Hoessein mede-ondertekend.) De activiteiten van Khomeini werden door de Iraakse president Bakr aan banden gelegd. Sjah Mohammed, wiens positie door het verdrag met de Irakezen was versterkt, riep Iran uit tot een eenpartijstaat, met de Herrijzenispartij als enige toegestane politieke beweging.

Khomeini riep zijn volgelingen vanuit Najaf op te rebelleren tegen het regime en verklaarde dat de monarchie had afgedaan en men moest streven naar een islamitische republiek'. In 1978 werd Khomeini Irak uitgezet en vestigde zich in Parijs.

In 1977 nam de rebellie tegen het regime van de sjah sterk toe. In 1978 werd duidelijk dat het regime zich in haar nadagen bevond. In januari 1979 vertrok de sjah 'tijdelijk' naar het buitenland en droeg de regering over aan de leider van het Nationaal Front, Shapur Bakthiar. Het nieuwe regime van Bakthiar werd echter niet gesteund door de revolutionairen en viel daarom na de terugkeer van Ayatollah Khomeini uit Parijs. Khomeini benoemde een voorlopige regering met de geestelijke Mehdi Bazargan als premier.

Islamitische Republiek

Op 30 maart hield de voorlopige regering een referendum waarin de bevolking zich kon uitspreken vóór het behoud van de monarchie, of vóór de instelling van de islamitische republiek. Met een overweldigende meerderheid stemde het volk vóór de instelling van de islamitische republiek en op 1 april 1979 werd de Islamitische Republiek Iran uitgeroepen. In 1980 werd Bani Sadr tot president gekozen van de republiek en ayatollah Khomeini werd geestelijk leider. Als geestelijk leider bezat Khomeini een onaantastbare positie. Samen met de Raad van Hoeders van de Constitutie kon hij wetsvoorstellen blokkeren, wanneer deze on-islamitisch werden geacht of in strijd met de Koran of het Islamitisch Recht. Van 1980 tot 1984 was er sprake van grote politieke zuiveringen. Partijen die Khomeini eerst steunden (de liberale Nationaal Front, de communistische Tudeh Partij en de links-islamitische Mojahedin-e Khalq) werden verboden en haar leiders vervolgd. Uiteindelijk bleef er slechts één partij over, de Islamitische Revolutionaire Partij, die sterk op Khomeini gericht was.

Sinds 1980 was Iran verwikkeld in de Irak-Iran-oorlog met Irak. Bevreesd voor een overwaaien van de revolutionaire ideeën uit Iran naar Irak besloot de seculier-islamitische Iraakse president Saddam Hoessein in 1980 Iran binnen te vallen. Saddam verwachtte een snelle overwinning maar het Iraanse leger en de islamitische vrijwilligers wisten stand te houden tot 1988, het jaar dat er een wapenstilstand werd gesloten.

In juni 1989 overleed Khomeini - vlak daarvoor had hij nog een fatwa uitgesproken tegen de schrijver Salman Rushdie.

Trivia

Zie ook

Documentaire over de opkomst van Khomeini, Andere Tijden, VPRO

Categorieën


Iraans persoon | Islamitisch persoon | Revolutionair

Zoeken

Zoeken

Zoeken